Excursie naar De Zanderdennen

Excursie naar De Zanderdennen

Onder leiding van Wim Huijsman

Duur van de excursie: ca 2 uur

Datum:  6 en 20 april 2019

Aanvang: 10:00 uur

Plaats van samenkomst: T-splitsing Drift – Duinweg

Bijdrage : geen

De excursies van 6 en 20 april zijn natuurlijk al geweest. Op 6 april wandelden er 19 inwoners van Kootwijk mee en op 20 april 29 inwoners.

De Zanderdennen

De Zanderdennen is een van de (particuliere) beteugelingswerken in de eeuwenlange strijd tegen de zandverstuivingen op de Midden-Veluwe. In de eerste helft van de 19e eeuw werden met financiële steun van de provincie dennensingels aangelegd aan de randen van de zandverstuiving. De Zanderdennen is een van die dennensingels, in 1850 aangelegd aan de noordzijde van het Kootwijkerzand. De singel loopt vanaf de Houtzagersweg tot aan de uitkijktoren. De Maalschap van Kootwijk was destijds eigenaar / beheerder van de ‘woeste gronden’ rond Kootwijk.

Het is bijzonder dat deze oude dennenaanplant nog altijd bestaat. Op een foto van de Zanderdennen die is genomen in 1911 (plaat 33 van de platenatlas ‘De Zandverstuivingen bij Kootwijk in woord en beeld’) is te zien dat het toen een tamelijk saai en eentonig, arm dennenbos was. Aanvankelijk is er ongetwijfeld regelmatig hout geoogst uit dit bos, maar gelukkig is onder het beheer door Staatsbosbeheer (vanaf 1899) een groot deel van de bomen gespaard gebleven. Vrijwel alle ondergroei van bomen en struiken heeft zich spontaan gevestigd in dit oude bos. Nu is het een fraai gevarieerd bos met o.m. veel soorten bosvogels.

De oude dennensingel is bijzonder vanwege zijn cultuurhistorische- en zeldzaamheidswaarde en geeft tevens een referentiebeeld van hoe dennenbos op voormalige zandverstuivingen zich kan ontwikkelen als het de kans krijgt oud te worden (diverse factoren spelen hierin een rol, zoals vraat door wild, stikstofdepositie vanuit de atmosfeer etc.)

Hoe bar de omstandigheden van de streek destijds waren valt op te maken uit o.m. de volgende citaten.
“Hoe menigwerf zeide ik tot mij zelven: men behoeft waarlijk niet naar Afrika te reizen om zich een denkbeeld van zandwoestijnen te vormen. Onze gids zocht telkens, zoo dikwijls er een nieuwe bui opkwam en de wind zich verhief, een kleinen heideheuvel, hier en daar nog schaars verspreid, waar achter wij ons nedervleiden en een weinig adem schepten. Dan ging het weder voorwaarts, om bij iedere schrede bijna de helft weder in het mulle zand terug te glijden. Zoo klommen wij van heuvel tot heuvel ….”

Bron: “De Veluwe eene wandeling van O.G. Heldring en R.H. Graadt Jonckers” 1841.

De vermaarde burgemeester van Barneveld, C.A. Nairac voerde ambtshalve – en met plezier – regelmatig een schouw uit over ‘Kootwijks zand’ en beschrijft in zijn boekje ‘Een Oud Hoekje der Veluwe’ (1878) over zijn tocht van Essen naar Kootwijk: “De togt derwaarts is bar. ’t gaat dwars door de zandverstuivingen; een geregelde weg bestaat er niet, hoewel de Garderensche molenkar wekelijk de reis door die woestijn maakt. De zoogenaamde weg verlegt zich, al naar de wind het goedvindt; waar heden de baan vlak was, zal die morgen met heuvels bedekt zijn”.

Op 6 en 20 april zullen we gaan  bekijken hoe de ‘fris jonge groene boompjes in het blinkend zand’ zoals Burgemeester Nairac ze destijds heeft aanschouwd, er ruim anderhalve eeuw later uitzien.